Al-Muminoon - سورة المؤمنون - ( The Believers ) - Read Quran القران الكريم in Italian translation
 
Live Stream from Makkah and Madina | Quran Teacher New | Listen Quran Online | Read Quran Online in Uthmani Script | FREE Dictionary

The Quran  in
Show Arabic Text Show All Translations
Al-Mumenoon | 118 verses | The Believers | Recitation | Topics | Uthmani Script | Tafsir | Words | Quran Teacher  سورة المؤمنون  
Sura #23 | Makkah
1Gelukkig zijn de ware geloovigen.
 
2Die zich verootmoedigen in hun gebed.
 
3Die alle ijdele gesprekken vermijden.
 
4En die aalmoezen geven;
 
5Die hunne vleeschelijke lusten weten te beheerschen.
 
6En die hunne genietingen bepalen tot hunne vrouwen, of de slaven welke door hunne rechterhand worden bezeten; want dan zullen zij zonder blaam zijn.
 
7Maar zij die gemeenschap met andere vrouwen hebben, deze zijn waarlijk zondaren.
 
8En zij die rechtschapen het hun toevertrouwde bewaren en hun verbond rechtvaardig uitvoeren.
 
9En die den tijd, voor het gebed bepaald, in acht nemen.
 
10Deze zullen de erfgenamen zijn.
 
11Die het paradijs zullen erven: eeuwig zullen zij daarin verblijven.
 
12Wij schiepen den mensch van eene fijne soort klei.
 
13Daarna plaatsten wij hem als zaad in eene veilige bewaarplaats.
 
14Daarna vormden wij het zaad tot gestold bloed, en wij maakten het gestolde bloed tot een stuk vleesch; vervolgens vormden wij het stuk vleesch tot beenderen; wij bekleedden deze beenderen met vleesch, en brachten het daarna als eene nieuwe schepping voort. Geloofd zij dus God, de uitmuntendste schepper.
 
15Hierna zult gij sterven.
 
16En daarna zult gij, op den dag der opstanding, in het leven teruggeroepen worden.
 
17Wij hebben zeven hemelen boven u geschapen, en wij zijn niet achteloos omtrent hetgeen wij schiepen.
 
18Wij zenden den regen in zekere hoeveelheid van den hemel neder, en wij doen dien op de aarde blijven; wij zijn zekerlijk ook in staat u daarvan te berooven.
 
19En wij doen door dezen regen tuinen van palmboomen en wijngaarden voor u ontspruiten, waarin gij vele vruchten bezit en waarvan gij eet.
 
20En wij deden voor u ook den boom oprijzen, die op den berg Sinaï ontsproot; die olie voorbrengt en een sap dat goed is voor hen die het eten.
 
21Gij bezit eveneens eene onderrichting in het vee; wij geven u te drinken van de melk die zich in hunnen buik bevindt, gij trekt daaruit vele voordeelen en gij eet er van.
 
22En op hen en op schepen wordt gij vervoerd.
 
23Wij zonden Noach vroeger tot zijn volk en hij zeide: O mijn volk! dient God: gij hebt geen God buiten hem; vreest gij dus niet voor de gevolgen, indien gij andere goden aanbidt?
 
24En de opperhoofden van zijn volk dat niet geloofde, zeiden: Deze is slechts een mensch gelijk gij zijt; hij tracht alleen zich eene oppermacht over u aan te matigen. Indien het Gode had behaagd, u een profeet te zenden, zou hij zekerlijk engelen hebben gezonden; wij hebben dit niet van onze voorouders gehoord.
 
25Waarlijk, hij is slechts een man, die door den duivel is bezeten; wacht dus gedurende eenigen tijd nopens hem.
 
26Noach zeide: O Heer! help mij; zij beschuldigen mij van logen.
 
27En wij openbaarden hem onze bevelen: zeggende: Maak de ark voor ons gezicht en overeenkomstig onze openbaring. En als ons besluit tot uitvoering zal komen en de oven water koken en uitwerpen zal. Breng er dan van elke diersoort een paar in, en ook uw gezin; behalve degene over wien een vonnis van vernietiging werd uitgesproken, en spreek niet tot mij ten behoeve van hen die onrechtvaardig waren; want zij zullen verdronken worden.
 
28En wanneer gij en zij die met ons zullen wezen, tot de ark zullen ingaan, zeg dan: Geloofd zij God, die ons van de goddeloozen heeft verlost!
 
29En zeg: O Heer! doe mij uit deze ark op eene door u gezegende plaats komen; want gij zijt het best in staat, mij ongedeerd daaruit te brengen.
 
30Waarlijk, hierin lagen teekens onzer almacht, en wij beproefden de menschen daardoor.
 
31Daarop deden wij een ander geslacht na hen opstaan.
 
32En wij zonden hun een apostel uit hen, die zeide: Aanbidt God; gij hebt geen God buiten hem: zoudt gij dus zijne wraak niet vreezen?
 
33En de opperhoofden van zijn volk, dat niet geloofde, dat de ontmoeting des volgenden levens loochende, en aan hetwelk wij overvloed in dit leven schonken, zeiden: Dit is slechts een mensch zooals gij zijt: hij eet van hetgeen gij eet. En hij drinkt van hetgeen gij drinkt.
 
34En indien gij een mensch gehoorzaamt, die met u gelijk staat, waarlijk, dan zijt gij verloren.
 
35Dreigt hij u dat gij, nadat gij dood zijt, en tot stof en beenderen zijt geworden, levend uit uwe graven zult worden voortgebracht?
 
36Weg, weg met hetgeen waardoor gij wordt bedreigd!
 
37Er is geen ander leven buiten ons tegenwoordig leven; wij sterven en wij leven, en wij zullen niet weder worden opgewekt.
 
38Hij is slechts een mensch, die eene leugen tegen God uitdenkt: doch wij zullen hem niet gelooven.
 
39Hun profeet zeide: O Heer! verdedig mij, nu zij mij van bedrog beschuldigen.
 
40God antwoordde: Na een korten tijd zullen zij zekerlijk hunne weerspannigheid berouwen.
 
41Daarom werd hun, rechtvaardig, eene gestrenge straf opgelegd, en wij deden hen gelijken op het bezinksel, dat door den stroom wordt medegevoerd. Weg dus met de goddeloozen!
 
42Daarna deden wij andere geslachten na hen opstaan.
 
43Geen volk zal voor zijn bepaalden tijd gestraft worden; ook zal die niet worden uitgesteld.
 
44Daarna zonden wij onze profeten, den een na den ander. Zoo dikwijls onze profeet tot een volk kwam, beschuldigden zij hem van bedrog, en wij deden hen achtereenvolgens elkander in de verdelging opvolgen, en maakten hen slechts tot onderwerpen der overlevering. Weg dus met de ongeloovige volkeren!
 
45Later zonden wij Mozes en Aäron, zijn broeder, met onze teekens en duidelijke macht.
 
46Tot Pharao en zijne vorsten; maar zij weigerden trotsch in hem te gelooven; want het was een hoovaardig volk.
 
47En zij zeiden: Zullen wij gelooven aan twee mannen, die ons gelijk zijn en wier volk onze slaven zijn?
 
48En zij beschuldigden hen van bedrog; daarom behoorden zij tot hen die verdelgd werden.
 
49Wij gaven vroeger het boek der wet aan Mozes, opdat de kinderen Israëls daardoor geleid zouden worden.
 
50En wij bestemden den zoon van Maria en zijne moeder tot een teeken, en wij bereidden een verblijf voor hen, op een verheven gedeelte der aarde, zijnde een plaats van vrede en zekerheid, en door stroomende bronnen bevochtigd.
 
51O profeten! eet van de dingen die goed zijn; want ik weet wel wat gij doet.
 
52Deze uw godsdienst is een godsdienst, en ik ben uw Heer; vreest mij dus.
 
53Maar de menschen hebben den godsdienst in verschillende secten verdeeld; ieder gedeelte verheugt zich in hetgeen zij volgen.
 
54Laat hen dus in hunne verwarring tot een zekeren tijd.
 
55Denken zij dat wij hun een lang leven zullen schenken, en hun bezittingen en kinderen tot hun heil geven.
 
56Dat wij ons zullen haasten, hun allerlei bezittingen te schenken.
 
57Waarlijk, zij die in ontzag zijn uit vrees voor hunnen Heer.
 
58En die gelooven in de teekens van hunnen Heer.
 
59En die geene makkers aan hunnen Heer toeschrijven.
 
60Die aalmoezen geven, en wier harten van vrees zijn doordrongen, omdat zij eens tot hunnen Heer moeten terugkeeren.
 
61Deze spoeden zich naar het goede en zijn de eersten om het te ontvangen.
 
62Wij willen geene ziel eenige moeielijkheid opleggen, behalve datgene waartoe zij in staat is. Bij ons is een boek dat de waarheid spreekt, en zij zullen niet onrechtvaardig worden behandeld.
 
63Maar hunne harten zijn verzonken in achteloosheid nopens dezen godsdienst, en zij hebben werken, die verschillen van de door ons vermelde; maar zij gaan voort die uit te voeren.
 
64Tot wij diegenen hunner, welke zich in groote bezittingen verheugen, met eene gestrenge straf kastijden; onthoudt het, daar zij dan luid om hulp zullen roepen.
 
65Maar er zal worden geantwoord: Roept heden niet om hulp; want gij zult door ons niet ondersteund worden.
 
66Mijne teekens werden u voorgelezen; maar gij hebt u afgewend.
 
67U trotschelijk verheffende, omdat gij den heiligen tempel bezit; des nachts samenspraken houdende en dwaas sprekende.
 
68Beschouwen zij dus niet aandachtig wat tot hen is gesproken, terwijl eene openbaring tot hen is gekomen, die niet tot hunne voorvaderen kwam?
 
69Of kennen zij hunnen apostel niet en verwerpen zij hem daarom.
 
70Zullen zij zeggen dat hij een uitzinnige is? Neen! hij is met de waarheid tot hen gekomen; maar het grootste gedeelte hunner verwerpt de waarheid.
 
71Indien de waarheid hunne begeerte zou hebben gevolgd, waarlijk dan zouden de hemelen en de aarde, en alles wat er in is, bedorven zijn geweest. Maar wij hebben hun eene vermaning gezonden, en zij wenden zich er van af.
 
72Zult gij hun eene belooning vragen? De belooning van uwen Heer is beter; hij is de beste belooner van weldaden.
 
73Gij noodigt hen gewis tot den rechten weg uit.
 
74Maar zij die niet in het volgende leven gelooven, dwalen zekerlijk van dien weg af.
 
75Indien wij deernis met hen gehad, en hen van het kwaad verlost hadden, dat over hen gekomen is, zouden zij zekerlijk stijfhoofdiger in hunne dwaling hebben volhard, in verwarring ronddwalende.
 
76Wij kastijdden hen vroeger met een strijd, maar zij verootmoedigden zich voor hunnen Heer noch richtten hunne smeekingen tot hem.
 
77Tot wij voor hen eene deur openden, waaruit eene gestrenge straf voortkwam, waarna zij tot wanhoop vervielen.
 
78God is het die in u de zintuigen des gehoors en van het gezicht heeft geschapen, opdat gij onze oordeelen zoudt opmerken, en harten, opdat gij die met ernst zoudt beschouwen; maar hoe weinigen uwer zijn dankbaar!
 
79Hij is het die u op aarde heeft voortgebracht, en voor hem zult gij vereenigd worden.
 
80Hij is het die leven geeft en doodt, en hij is het van wien de wisseling van nacht en dag afhangt: begrijpt gij dit niet?
 
81Maar de geloovige bewoners van Mekka zeggen evenals hunne voorgangers zeiden.
 
82Zij zeggen: Als wij dood zijn, en tot stof en beenderen zullen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk weder tot het leven worden opgewekt?
 
83Wij zijn daarmede reeds bedreigd geworden, evenals vroeger onze vaderen; dit zijn slechts oude fabelen.
 
84Vraag hun: aan wien behoort de aarde en alles wat daarop is? Spreekt, indien gij het weet.
 
85Zij zullen antwoorden: Aan God. Zeg: Wilt gij dit niet bedenken?
 
86Zeg: Wie is de Heer der zeven hemelen en de Heer van den prachtigen troon?
 
87Zij zullen antwoorden: God. Zeg: Wilt gij hem dus niet vreezen?
 
88Zeg: In wiens hand is het koninkrijk van alle dingen; wie ondersteunt dengeen die hem behaagt, maar wordt zelf door niemand ondersteund? Spreekt indien gij het weet?
 
89Zij zullen antwoorden: God. Zeg: Waarom laat gij u dan misleiden.
 
90Ja, wij hebben hen tot de waarheid gebracht, en zij zijn zekerlijk leugenaars indien zij het loochenen.
 
91God heeft geen kroost gebaard, noch is er eenig God naast hem. Indien dit niet zoo ware, zou iedere God zekerlijk hebben weggenomen wat hij had geschapen, en zouden sommigen hunner zich zekerlijk boven de anderen hebben verheven. Verre zij datgene van God wat zij nopens hem verklaren!
 
92Hij kent wat verborgen en wat openbaar gemaakt is; het zij dus verre van hem, de deelgenooten in zijne eer te hebben welke zij hem toeschrijven!
 
93Zeg: O Heer! Zoudt gij mij zekerlijk de wraak willen doen zien waarmede zij zijn bedreigd.
 
94O Heer! plaats mij niet onder de goddeloozen.
 
95Want wij zijn zekerlijk in staat, u datgene te doen zien waarmede zij bedreigd werden.
 
96Wendt het kwade door het betere af: wij kennen de lasteringen wel, die zij tegen u uitspreken.
 
97En zeg: O Heer! ik vlucht tot u als eene schuilplaats tegen de ingevingen der duivelen.
 
98En ik neem mijne toevlucht tot u, o Heer! om hen te verdrijven; opdat zij niet tegenwoordig met mij zouden zijn.
 
99Het loochenen der ongeloovigen houdt niet op, dan tot den dood een van hen overvalt, die dan zegt: O Heer! doe mij tot het leven terugkeeren.
 
100Opdat ik doen moge wat rechtvaardig is, door het ware geloof te belijden dat ik verwaarloosd heb. In geenen deele. Waarlijk, dit zijn de woorden welke gij zult spreken; maar achter hen zal een hek zijn tot op den dag der opstanding.
 
101Als dus de trompet zal klinken, dan zal er geen verwantschap meer tusschen hen bestaan. Dan zullen zij elkander niet om hulp vragen.
 
102Zij wier weegschaal door goede werken zwaar is, zullen gelukkig wezen.
 
103Maar zij wier weegschalen licht zullen wezen, zijn degenen die hunne zielen verliezen en eeuwig in de hel zullen verblijven.
 
104Het vuur zal hunne aangezichten verteren en zij zullen hunne monden uit angst samentrekken.
 
105En er zal tot hen gezegd worden: Werden mijne teekenen u niet herinnerd en hebt gij die niet van valschheid beschuldigd?
 
106Zij zullen antwoorden: O Heer! ons ongeluk beheerschte ons en wij wendden ons af.
 
107O Heer! neem ons weg uit dit vuur; indien we tot onze vroegere zonden terugkeeren, zijn wij zekerlijk onrechtvaardig.
 
108God zal hun zeggen: Gij blijft er in, en richt het woord niet tot mij.
 
109Toen een gedeelte van mijn dienaren uitriep: O Heer! wij gelooven: vergeef ons dus en wees ons genadig; want waarlijk gij zijt de genadigste.
 
110Hebt gij hen met spotternijen ontvangen, zoodat deze u mijne vermaning deden vergeten, en gij hebt hun tot voorwerpen uwer spotternijen gemaakt.
 
111Ik heb hen heden beloond, omdat zij de beleedigingen, welke gij hun hebt aangedaan, met geduld hebben gedragen: waarlijk, zij genieten een groot geluk.
 
112God zal zeggen: Hoeveel jaren hebt gij op aarde doorgebracht?
 
113Zij zullen antwoorden: Wij hebben daar een dag of een gedeelte van een dag doorgebracht, maar vraag hun die rekening te houden.
 
114God zal zeggen: Gij zijt daar slechts korten tijd gebleven, maar gij weet het niet.
 
115Denkt gij dat wij u slechts uit ijdelheid hebben geschapen en dat gij later niet voor ons gebracht zult worden?
 
116Verheven zij dus God de Koning, de Waarheid! Er is geen God buiten hem, de Heer van den glansrijken troon.
 
117Wie naast den waren God een anderen God zal aanroepen, omtrent welken hij geen duidelijk bewijs heeft, zal zekerlijk voor zijn Heer daarvan rekenschap moeten afleggen. Waarlijk, de ongeloovigen zullen geen voorspoed genieten.
 
118Zeg: O Heer! vergiffenis, en schenk mij genade; want uwe genade is onbeperkt.
 







Listen Quran Recitation
Mishary Rashed al-Efasy Prophet's Mosque (4 Reciters)
Mohammed Siddiq Al Minshawy Abdullah Basfar
Muhammad Aiyub Sodais and Shuraim





Use the following code to display the Quran Search Box in your website


Quran Teacher New


Advertisements
Quran Teacher for iPhone/iPad - FREE
Learn to read the Quran on your iPhone and iPad from Quran Teacher FREE.

Download FREE Dictionary having sound on Mobile Phones:


1- English Arabic Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

2- English Urdu Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

3- English Audio Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

4- English Idioms Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

5- English Synonyms Dictionary iPhone/iPod/iPad | Android

6- English Russian Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

7- English French Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

8- English Spanish Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

9- English Japanese Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

10- English German Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

11- English Arabic Medicine Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

12-English Arabic Technical Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

Quran Auto Reciter - FREE
Read the Quran in Arabic, English and Urdu. Listen the Quran from a vast choice of famous reciters. (Ms Windows 98/2000/XP/Vista/7/8)
www.searchtruth.com

Cheap International Calls
FREE mins! NO FEES. Pinless
Call Instantly. Manage Online
www.MiniCalls.com

Azan Times For Worldwide Prayers For Mobile Phones - FREE
Listen Automatic Azan (Athan) on every prayer time in mobile phone.
www.searchtruth.com

99 Names of Allah for Mobile Phone - FREE
Read, Search and Listen the 99 names of Allah with a reference of each name in Quran.
www.searchtruth.com

Hadith Qudsi For Mobile Phones - FREE
Read the collection of 40 Hadith Qudsi on the Mobile phone.
www.searchtruth.com

Athan Software for Windows (98, 2000, XP, Vista, 7, 8) - FREE
Listen Automatic Athan on every prayer time in your computer now.
www.islamicfinder.org

Dowload Quran Recitation for Mobile Phones - FREE
Listen the Quran recitation in your Mobile Phones.
www.searchtruth.com

Islamic Supplications Dua Prayers For Mobile Phones
Read the Islamic Supplications Dua on the mobile phone.
www.searchtruth.com

Download Free Dictionary on Mobile Phones for Arabic, Urdu, English, Idioms, Synonyms, French, Spanish, Medicine, Technical, German, Japanese and Russian.


Quran | Hadith | Download | Free Code | Words | Learn Arabic | Watch Islamic TV | Free Dictionary | Baby Names | About Islam | Contact us

         
Cheap International Calls
FREE mins! NO FEES. Pinless
Call Instantly. Manage Online
www.MiniCalls.com




Copyright © 2014 SearchTruth.com. All rights reserved.