Al-Anfaal - سورة الأنفال - ( The Spoils of War ) - Read Quran القران الكريم in Italian translation
 
Live Stream from Makkah and Madina | Quran Teacher New | Listen Quran Online | Read Quran Online in Uthmani Script | FREE Dictionary

The Quran  in
Show Arabic Text Show All Translations
Al-Anfal | 75 verses | Spoils of war, booty | Recitation | Topics | Uthmani Script | Tafsir | Words | Quran Teacher  سورة الأنفال  
Sura #8 | Madina
1Zij zullen u vragen nopens den buit. Antwoord: De verdeeling van den buit behoort Gode en zijn gezant. Vreest dus God, en tracht uwe geschillen in der minne te schikken. Gehoorzaam God en zijn gezant, indien gij ware geloovigen zijt.
 
2Waarlijk, de ware geloovigen zijn zij, wier harten vreezen als God wordt genoemd, en wier geloof vermeerderd wordt, zoo hun zijne teekens worden herinnerd en die op God vertrouwen.
 
3Die de bepaalde tijden van het gebed in acht nemen, en aalmoezen geven van hetgeen wij hun hebben geschonken.
 
4Deze zijn waarlijk geloovigen; zij zullen hoogere graden van gelukzaligheid van hunnen Heer genieten, en vergiffenis en een overvloedig vermogen.
 
5Toen uw Heer u van uw huis wegvoerde, met waarheid, en een deel der geloovigen afkeerig van uwe leiding waren.
 
6Twistten zij met u nopens de waarheid, nadat die hun was kenbaar gemaakt; op geene andere wijze dan alsof men hen ter dood had gevoerd, en zij dit met hunne oogen hadden gezien.
 
7En herinner u, toen God u een der twee deelen beloofde, dat het u zou worden gegeven, en gij begeerdet dat het deel, hetwelk niet van wapens was voorzien aan u zou worden overgeleverd; maar God wilde de waarheid zijner woorden bekend maken, en het grootste deel der ongeloovigen afsnijden.
 
8Om de waarheid openbaar te maken en de leugen te verdelgen, ofschoon de boozen er afkeerig van mogen zijn.
 
9Toen gij hulp van uwen Heer hebt gevraagd, en hij u antwoordde: Waarlijk, ik zal u ondersteunen met duizend engelen, die elkander geregeld opvolgen.
 
10En dit deed God alleen als goede berichten voor u, en opdat uwe harten daarbij vertrouwend zouden blijven; want de overwinning komt alleen van God, en God is machtig en wijs.
 
11Toen een slaap u overviel, als een teeken van zekerheid van hem, en hij water van den hemel op u nederzond, opdat hij u daarmede zou zuiveren, en hij de afschuwelijkheid van satan van u zou afnemen, en hij uwe harten en uwen voet daardoor zou mogen bevestigen.
 
12Ook toen uw Heer tot de engelen sprak: Waarlijk ik ben met u; bevestigt dus hen die gelooven. Ik zal schrik in de harten der ongeloovigen werpen. Slaat dus hunne hoofden af, en slaat al de toppen hunner vingers af.
 
13Dit zullen zij ondergaan, omdat zij God en zijn gezant wederstand hebben geboden: en wie God en zijn gezant wederstand biedt, waarlijk, die zal gestreng door God gestraft worden.
 
14Dit zal uwe straf zijn; gevoelt die dus; ook zullen de ongeloovigen de straf van het hellevuur ondergaan.
 
15O ware geloovigen! als gij de ongeloovigen ontmoet, in grooten getale tegen u optrekkende, wendt u dan niet van hen af.
 
16Want wie hen op dien dag zijn rug mocht toewenden, tenzij hij zich ter zijde wende om te strijden, of zich tot een ander deel der geloovigen terugtrekke, zal Gods verontwaardiging over zich doen komen, en zijne woning zal de hel zijn. Welk een slecht verblijf!
 
17En gij dooddet hen niet, welke te Bedr werden verslagen; maar God doodde hen. Gij slingerdet niets, o Mahomet! ofschoon gij scheent het te slingeren, maar God doet het om de geloovigen door eene schoone proef te beproeven; want God begrijpt en weet alles.
 
18Dit geschiedde opdat God de listen der ongeloovigen mocht verijdelen.
 
19Gij hebt de overwinning verlangd, o ongeloovigen! en de overwinning heeft zich tegen u gekeerd. Indien gij de eersten zijt, die ophoudt den gezant te bestrijden, zal u dat voordeeliger zijn. Maar indien gij terugkeert om hem aan te vallen, zullen wij mede terugkeeren om hem te ondersteunen, en uwe krachten zullen u volstrekt van geen voordeel wezen, alhoewel die ook talrijk mochten zijn; want God is met de geloovigen.
 
20O ware geloovigen! gehoorzaamt God en zijn gezant, en wendt u niet van hem af, nu gij de waarschuwingen van den Koran hoort.
 
21En weest niet als zij die zeggen: Wij hooren, als zij niet hooren.
 
22Waarlijk, de slechtsten van de dieren der aarde tegenover God, zijn de dooven en de stommen, die niet begrijpen.
 
23Indien God slechts iets goeds in hen had ontdekt, zou hij hun zekerlijk hebben doen hooren; maar indien hij hen had doen hooren, zouden zij zich gewis afgewend en zich ver verwijderd hebben.
 
24O ware geloovigen! antwoordt God en zijn apostel, indien hij u het leven geeft; en weet dat God zich tusschen den mensch en zijn hart plaatst, en dat gij voor hem zult verzameld worden.
 
25Hoedt u voor de verzoeking; zij zal niet hen in het bijzonder treffen, die goddeloos onder u zijn, maar u allen in het algemeen; en weet, dat God gestreng in het straffen is.
 
26En gedenkt, dat, toen gij zwak en in kleinen getale in het land waart, gij vreesdet door uwe vijanden verdelgd te worden; maar God gaf u een toevluchtsoord, en hij ondersteunde u met zijne hulp, en beschonk u met goede dingen, opdat gij dankbaar zoudt zijn.
 
27O ware geloovigen! bedriegt God en zijn gezant niet: schendt nimmer uw geloof met uw weten.
 
28En bedenkt, dat uw rijkdom en uwe kinderen eene beproeving voor u zijn, en dat Gods belooning groot is.
 
29O ware geloovigen! indien gij God vreest, zal hij u eene onderscheiding verleenen. Hij zal uwe zonden vergeven, en u vergiffenis schenken; want zijne genade is groot.
 
30En herinner u, toen de ongeloovigen een komplot tegen u smeedden; toen zij u wilden aangrijpen, en dooden of verjagen. God spande op zijne beurt tegen hen samen; en waarlijk, God is het beste in staat, een samenspanning te verijdelen.
 
31En als onze teekens voor hen worden herhaald, zeggen zij: Wij hebben het gehoord; indien het ons behaagde, konden wij iets dergelijks uitspreken; dit zijn slechts fabelen der ouden.
 
32En toen zij zeiden: O God! indien dit de waarheid van u is, laat dan steenen uit den hemel op ons nedervallen, of leg ons eene andere gestrenge straf op.
 
33Maar God was niet geneigd hen te straffen, zoolang gij u onder hen bevondt, noch was God geneigd hen te straffen, toen zij vergiffenis vroegen.
 
34Maar zij kunnen geene verontschuldiging aanvoeren, waarom God hen niet zou straffen, naardien zij de geloovigen hebben belet, den heiligen tempel te bezoeken, hoewel zij er de bewakers niet van zijn. De bewakers daarvan zijn alleen, die God vreezen; maar het grootste deel hunner weet het niet.
 
35En hun gebed in het huis des Heeren is geen ander dan gefluit en handgeklap. Ondergaat dus de straf, omdat gij ongeloovigen zijt geweest.
 
36Zij die niet gelooven, wenden hunne rijkdommen aan, om den weg van God te versperren. Zij zullen die verspillen, maar daarna zal het een bitter berouw voor hen zijn, en zij zullen eindelijk overwonnen worden. En de ongeloovigen zullen in de hel verzameld worden.
 
37God zal de slechten van de goeden scheiden; hij zal de slechten op elkander stapelen; hij zal er een bundel van vormen en dien in het vuur der hel werpen. Dan zullen de boozen verloren zijn.
 
38Zeg tot de ongeloovigen dat, indien zij ophouden u weerstand te bieden, hun zal vergeven worden wat reeds voorbij is; maar indien zij voortgaan u aan te vallen, zal de voorbeeldige straf van de vroegere bestrijders der profeten, die reeds voltrokken is, eveneens op hen worden toegepast.
 
39Strijd dus tegen hen, tot er geen verzet meer ter gunste der afgodendienarij, en geen andere godsdienst dan die van uwen Heer besta. Indien zij ophouden, waarlijk dan ziet God wat zij doen.
 
40Maar indien zij zich afwenden, weet dan, dat God uw schuts is. Hij is de beste schuts en de beste Helper.
 
41En weet, dat, indien gij eenigen buit bekomt, een vijfde deel daarvan aan God en den gezant behoort en aan zijne bloedverwanten, en aan de weezen, de armen en de reizigers indien gij aan God gelooft, en aan hetgeen wij door onzen dienaar op den dag der onderscheiding hebben nedergezonden; op den dag waarop de twee legers elkander ontmoeten; en God is almachtig.
 
42Toen gij gelegerd waart op de meest nabijgelegen zijde der vallei, en zij gelegerd waren op de verste zijde, en de karavaan zich lager bevond, en indien gij wederzijds bepaald hadt slag te leveren, zoudt gij zekerlijk die bepaling hebben geschonden; maar gij werdt, zonder eenige voorafgaande bepaling, tot den strijd gebracht, opdat God de zaak zou vervullen, welke hij besloten had te doen plaats hebben. Opdat degeen die omkwam, zou omkomen, na een blijkbare aanwijzing, en hij die het moest overleven, door hetzelfde teeken leven mocht. God hoort en weet alles.
 
43Herinner u, toen uw Heer den vijand in uwen slaap en weinig in getal aan u deed verschijnen; en indien hij u dien in grooten getale had doen verschijnen, zoudt gij den moed verloren en daarover getwist hebben, maar God behoedde u daarvoor; want hij kent de binnenste deelen van de borst der menschen.
 
44En toen hij hem zich voor u deed vertoonen, deed hij hem weinig talrijk voor uwe oogen schijnen; hij verminderde het getal in uwe oogen, opdat God de zaak zou mogen vervullen, welke hij besloten had te doen; en tot God zullen alle dingen terugkeeren.
 
45O ware geloovigen! indien gij een deel der ongeloovigen ontmoet, weest onverwrikbaar en gedenkt God dikwijls, opdat gij voorspoedig zoudt mogen zijn.
 
46En gehoorzaamt God en zijn gezant, en weest niet verdeeld; daardoor zoudt gij ontmoedigd worden, en al uw welslagen hangt van u af; maar volhardt met geduld; want God is met hen die volharden.
 
47En weest niet als zij, die onbeschaamd hunne huizen verlieten en met pralen onder de menschen verschenen, en van den weg van God afwenden; want God begrijpt wat zij doen.
 
48En gedenkt, toen satan hunne daden voor hen vooraf beschikte en zeide: Niemand zal u heden overwinnen; en ik zal zeker nabij zijn, om u te helpen. Maar toen de beide legers elkander in het gezicht kwamen, wendde hij hun den rug toe, zeggende: Waarlijk, ik bemoei er mij niet mede, ik zie wat gij niet ziet, ik vrees God, want God is gestreng in het straffen.
 
49Toen de huichelaars, en zij in wier harten een gebrek zetelde, zeiden: Hun geloof verblindt hen. Maar hij die zijn vertrouwen in God stelt, weet dat hij machtig en wijs is.
 
50En zoo gij hadt gezien toen de engelen de ongeloovigen doodden; toen sloegen zij hunne aangezichten en hunne ruggen en zeiden tot hen: Gevoelt gij de pijn der verbranding?
 
51Dit zult gij ondergaan, om hetgeen uwe handen voor u hebben verricht, en omdat God niet onrechtvaardig omtrent zijne dienaren is.
 
52Hun lot gelijkt dat van het volk van Pharao en der ongeloovigen, die hen zijn voorafgegaan. God verdelgt hen om hunne zonden. God is sterk en gestreng in zijne straffen.
 
53Dit is geschied, omdat God de weldaden niet verandert, waarmede hij de menschen overlaadt, zoolang zij niet veranderen wat in hunne zielen is, en hetwelk God alles hoort en ziet.
 
54Zij hebben gehandeld evenals het volk van Pharao en evenals zij die het vooraf gingen; die de teekens van hunnen Heer loochenden. Daarom verdelgden wij hen in hunne zonden en wij overstroomden het volk van Pharao; want zij waren allen zondaren.
 
55Waarlijk de slechtste dieren in Gods oog zijn zij, die hardnekkige ongeloovigen zijn, en niet willen gelooven.
 
56Evenals zij, die een verbond met u aangaan en later hun verbond bij iedere geschikte gelegenheid schenden en God niet vreezen.
 
57Indien gij hen in den strijd gevangen neemt, verstrooi hen en stel een voorbeeld voor hen die na hen zullen komen, opdat zij gewaarschuwd mogen zijn.
 
58Of indien gij eenig verraad van een volk vreest, verwerp zijn verbond en behandel het dan op gelijke wijze; want God bemint de verraders niet.
 
59En denkt niet dat de ongeloovigen Gods wraak ontgaan; want zij zullen Gods macht niet verminderen.
 
60Verzamel dus alle krachten die gij tegen hen hebt, en troepen paarden, waarmede gij den vijand Gods moogt verschrikken, en ook uw vijand en alle ongeloovigen buiten hen, welke gij niet kent, maar die God kent. En wat gij voor de verdediging van Gods geloof besteedt, zal u worden terug betaald en gij zult niet onrechtvaardig worden behandeld.
 
61Indien zij tot vrede overhellen, zult gij mede daartoe neigen, en stel uw vertrouwen in God; want hij hoort en weet alles.
 
62Maar indien zij trachten u te verraden, dan zal God uw helper zijn. Hij is het, die u door zijne ondersteuning heeft geholpen en door die der geloovigen,
 
63En hij heeft hunne harten vereenigd. Indien gij alle rijkdommen der aarde zoudt hebben verspild, zoudt gij hunne harten niet hebben kunnen vereenigen, maar God vereenigt hen; want hij is almachtig en wijs.
 
64O profeet! God is uw steun, en die der ware geloovigen welke u volgen.
 
65O profeet! zet de geloovigen tot oorlog aan; indien twintig uwer volhardend zijn, zullen zij twee honderd overwinnen, en indien er een honderd van u zijn, zullen zij duizend overwinnen van degenen die niet gelooven, daar zij een volk zijn dat niet begrijpt.
 
66God heeft uwe taak gemakkelijk gemaakt; want hij weet dat gij zwak waart. Indien er een honderd van u zijn die volharden, zullen zij twee honderd overwinnen, en indien er duizend van u zijn zullen zij tweeduizend overwinnen, door Gods verlof; want God is met hen die volharden.
 
67Het was nimmer een profeet gegeven, gevangenen te maken zonder groote slachtingen op aarde te doen plaats hebben. Gij verlangt het goede dezer wereld, en God wil u dat der volgende geven; want God is machtig en wijs.
 
68Indien u vooraf geene openbaring van God ware gegeven, zou u eene strenge straf zijn opgelegd voor het losgeld, dat gij van de gevangenen te Bedr hebt verkregen.
 
69Eet dus van hetgeen gij hebt verworven, van hetgeen geoorloofd en goed is; want God is barmhartig en genadig.
 
70O profeet! zeg tot de gevangenen die in uwe handen zijn: Indien God weet, dat er eenig goed in uwe harten is, zal hij u beter geven dan hetgeen van u werd genomen en hij zal u vergeven; want God is genadig en barmhartig.
 
71Maar indien zij trachten u te bedriegen, waarlijk, dan hebben zij God bedrogen; daarom heeft hij u de macht over hen gegeven, en God is alwetend en wijs.
 
72Zij die geloofd hebben en hun land zijn ontvlucht, en hunne bezittingen en hunne personen aan den strijd, voor den godsdienst van hunnen Heer, wijdden, en zij die den profeet eene schuilplaats hebben verleend en hem hebben bijgestaan, zullen als elkanders naaste bloedverwanten worden beschouwd. Maar zij die geloofd hebben en hun land niet zijn ontvlucht, zullen geene bloedverwanten van u zijn, tot zij hunne woningen eveneens hebben verlaten. Maar indien zij uwe hulp voor het geloof inroepen, zult gij die verleenen, tenzij het tegen degenen mocht wezen, die uwe bondgenooten zijn; en God ziet wat gij doet.
 
73Laat de ongeloovigen elkanders bloedverwanten zijn. Zoo lang gij dit niet ook doet, zullen er wanorde en groote plagen over de aarde heerschen.
 
74Maar zij die geloofd en hunne woningen verlaten, en voor des Heeren waren godsdienst hebben gestreden, en den profeet eene schuilplaats verleend en hem ondersteund hebben, deze zijn waarlijk geloovigen, zij zullen vergiffenis en edelmoedige ondersteuning ontvangen.
 
75En zij, welke sedert dien tijd geloofd en hunne woningen verlaten hebben, en met u streden, behooren eveneens tot de uwen. En zij, die door bloedverwantschap verbonden zijn, zullen, als elkanders naaste bloedverwanten, boven vreemdelingen worden beschouwd, overeenkomstig Gods boek. God kent alle dingen.
 







Listen Quran Recitation
Mishary Rashed al-Efasy Prophet's Mosque (4 Reciters)
Mohammed Siddiq Al Minshawy Abdullah Basfar
Muhammad Aiyub Sodais and Shuraim





Use the following code to display the Quran Search Box in your website


Quran Teacher New


Advertisements
Quran Teacher for iPhone/iPad - FREE
Learn to read the Quran on your iPhone and iPad from Quran Teacher FREE.

Download FREE Dictionary having sound on Mobile Phones:


1- English Arabic Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

2- English Urdu Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

3- English Audio Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

4- English Idioms Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

5- English Synonyms Dictionary iPhone/iPod/iPad | Android

6- English Russian Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

7- English French Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

8- English Spanish Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

9- English Japanese Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

10- English German Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

11- English Arabic Medicine Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

12-English Arabic Technical Dictionary for iPhone/iPod/iPad | Android

Quran Auto Reciter - FREE
Read the Quran in Arabic, English and Urdu. Listen the Quran from a vast choice of famous reciters. (Ms Windows 98/2000/XP/Vista/7/8)
www.searchtruth.com

Cheap International Calls
FREE mins! NO FEES. Pinless
Call Instantly. Manage Online
www.MiniCalls.com

Azan Times For Worldwide Prayers For Mobile Phones - FREE
Listen Automatic Azan (Athan) on every prayer time in mobile phone.
www.searchtruth.com

99 Names of Allah for Mobile Phone - FREE
Read, Search and Listen the 99 names of Allah with a reference of each name in Quran.
www.searchtruth.com

Hadith Qudsi For Mobile Phones - FREE
Read the collection of 40 Hadith Qudsi on the Mobile phone.
www.searchtruth.com

Athan Software for Windows (98, 2000, XP, Vista, 7, 8) - FREE
Listen Automatic Athan on every prayer time in your computer now.
www.islamicfinder.org

Dowload Quran Recitation for Mobile Phones - FREE
Listen the Quran recitation in your Mobile Phones.
www.searchtruth.com

Islamic Supplications Dua Prayers For Mobile Phones
Read the Islamic Supplications Dua on the mobile phone.
www.searchtruth.com

Download Free Dictionary on Mobile Phones for Arabic, Urdu, English, Idioms, Synonyms, French, Spanish, Medicine, Technical, German, Japanese and Russian.


Quran | Hadith | Download | Free Code | Words | Learn Arabic | Watch Islamic TV | Free Dictionary | Baby Names | About Islam | Contact us

         
Cheap International Calls
FREE mins! NO FEES. Pinless
Call Instantly. Manage Online
www.MiniCalls.com




Copyright © 2014 SearchTruth.com. All rights reserved.